woning M_R

Architect Hans Maes

Details

2019
-
Description du projet
Deze woning wil aanzetten tot nadenken over wat een huis kan zijn. Nadenken over hoe onze ecologische voetafdruk te verkleinen maar ook over hoe onze woonkwaliteit te vergroten.
Het huis wil niet choqueren door op te vallen, maar wil -op eerder subtiele wijze- doen nadenken over conventies. Door een slimme ingreep verkleint het drastisch de ecologische voetafdruk. Door kleine afwijkingen in gebruikelijk materiaal- en vormgebruik en de samenvoeging daarvan doet het nadenken over hoe een (traditioneel) huis eruit zou moeten en kunnen zien. Architectuur wordt hier ingezet om de poëzie van alledaagse elementen aan de oppervlakte te brengen. Zoals zonlicht in een huis. Zoals het overdragen van de liefde voor materialen door een zorgvuldige detaillering. Zoals wat een tuin kan zijn en hoe de relatie met de natuur een ruimte kan vergroten.
De maximale woonoppervlakte -die mogelijk is op een bouwperceel voor halfopen bebouwing- vond een gezin van vier te groot voor hun behoefte. Met de heel bewuste keuze voor een efficiënt oppervlaktegebruik (de start van een bescheiden ecologische voetafdruk) besloot het gezin om enkel het gelijkvloers als eigen woning te gebruiken. Op de overige oppervlakte (verdieping en dakverdieping) kwam een tweede wooneenheid. Door de verhuur hiervan werd de kleinere ecologische voetafdruk ook meteen vertaald in een economisch interessant model. Beide woningen hebben een oppervlakte van circa 120m2 .
Verder is dit huis stevig verankerd in de Vlaamse woningtradities en past het zich in in zijn omgeving door het overnemen van de typische elementen uit deze context. Net als zijn buren heeft het eenzelfde vormgeving (twee lagen met een hellend dak), een zelfde rustieke uitstraling (met de genuanceerde handvormsteen, het pannendak en het houten buitenschrijnwerk) en zelfs een gelijkaardige detaillering (zoals de obligate kroonlijst en bakgoot).
Het grondplan ontvouwt zich als een natuurlijke opeenvolging van ruimtes: van meer publieke functies naar de meer intieme delen van het huis.
De woning wil op subtiele wijze conventies in vraag stellen. Over onze ecologische voetafdruk (grootte van woonoppervlakte) maar ook over hoe we wonen. Niet door te choqueren maar door kleine wijzigingen door te voeren. Zo werd architectuur ingezet als functioneel instrument met de nodige kritische blik op een conventioneel woonprogramma. Zo heeft de woning wel een woonkeuken, een zitkamer en 3 slaapkamers maar er kwam geen inkomhal. In de plaats is er -na het doorlopen van een steeg- een (inkom)koer met een boom. Op die manier is de privacy gewaarborgd. Deze koer is ook een lichtbron waar door grote glaspartijen het daglicht riant de keuken binnenvalt en die je ook een prachtig zicht geven op die mooie boom (met een bladerdek als zonwering).
Een badkamer is er niet; wel een ‘lavabo-kamer’ en een ‘baddenbak’ (naar analogie met de historische ‘beddenbak’) alsook een douchekamer; de circulatieruimte van de conventionele badkamer kon zo voor andere ruimtes/functies (dubbel)gebruikt worden.
Architectuur werd ook ingezet als instrument om de poëzie van het alledaagse leven bloot te leggen (en aandacht te schenken). Ingekaderde zichten tonen bijzondere landschappen (of luchten), kamerbrede ramen vergroten een ruimte en lijken de natuur binnen te brengen, twee koeren brengen buitenruimtes met bomen en planten (en licht) tot in het hart van het huis, zorgvuldig gekozen raamopeningen laten elk verschillend zonlicht op zijn best binnenvallen.
-
Het huis wil opvallen in zijn onopvallendheid; subtiel morrelen aan conventies. Het huis wil mensen aanzetten tot nadenken; niet door te choqueren maar doordat ze een verschuiving gewaar worden in iets dat voor hen overbekend is. Ook in materialisering sluit het huis aan bij het bekende. Houten (afzelia) ramen, dakranden en luiken, die echter onbehandeld blijven waardoor ze een ruwe, dégradé uitstraling krijgen. Dat past niet bij het ‘propere’ & ‘correcte’ waar de Vlaming in grossiert. Er is ook de (fermette) gevelsteen. Deze werd echter op een alternatieve wijze verwerkt waardoor er een uitpuilende mortelvoeg ontstond. Het stelt het begrip schoonheid (zoals men dat denkt te kennen) in vraag en wijzigt het uiterlijk van het huis -op subtiele wijze- weg van het braaf rustieke.
Ook andere materialen -tot in het interieur- roepen een hang naar nostalgie op en spelen met wat men als ‘vertrouwd’ ervaart. Er is de typische ‘melonge’-steen -als buitenbetegeling- in breuksteenpatroon gelegd. De voegen zijn uitgevoerd met gestabiliseerd zand dat vocht vasthoud (water doorlaat) en prachtige mossen cultiveert. En ook die tarten de wetten van de ‘orde en netheid’ van de Vlaming.
Het huis kreeg zijn bouwvergunning vlak voor de invoering van de epb-eisen. Hoewel het voor die tijd duidelijk beter presteerde dan het gemiddelde (dikkere isolatiepaketten, een condenserende gaswandketel en een balansventilatie) is de ware duurzaamheid van dit project niet te zoeken in de technische prestaties maar wel de grondige invraagstelling van het innemen van woonoppervlakte op deze aarde. De meerwaarde die deze woning betekent voor het begrip duurzaamheid is het besef dat het inzetten van contextgebonden en persoonlijke woonkwaliteit (oftewel ‘architectuur’) kan primeren boven een grotere hoeveelheid aan vierkante meter woonoppervlakte.
vous souhaitez

vous inscrire aux awards

Découvrez ci-dessous les formulaires d'inscription.

Découvrez les photos

des éditions précédentes

Cliquez pour voir les albums