Muziekcentrum Kortrijk

Dial Architects bvba

Details

Stad Kortrijk
Kortrijk
2018
B100474
Geert Pauwels
geert@dial-architects.be
https://dial-architects.be/projecten/43/muziekcentrum-track-kortrijk?tag=ontspannen
stabiliteit: Sileghem en Partners; technieken: Boydens, Akoestiek: Daidalos Peutz, Omgevingsaanleg: BASTA
Description du projet
Het masterplan omvat de transformatie van 3 verschillende gebouwen met 3 verschillende gebruikers tot één geïntegreerd Muziekcentrum.
Ontmoeten is het meest relevante aspect van muziek-maken. Dit kan diverse vormen aannemen: van relatie leraar - student, relatie publiek – uitvoerder tot de toevallige kruisbestuiving van muzikanten onderling .
Dit kernbegrip tot een ruimtelijk- en organisatorische uitdrukking brengen vormt het fundament van dit project
Het project is exemplarisch voor het hergebruik van slecht geïntegreerde stand-alone gebouwen uit de jaren 60 d.m.v een krachtig stedenbouwkundig plan, een groenstrategie en een intelligent hergebruik van de solide betonstructuur met een duurzame en flexibele invulling.
De lelijkheid van de bestaande compositie heeft ons nooit tegengehouden om een sterk inhoudelijk verhaal te schrijven.
Het gebouwencomplex, een functioneel jaren ‘60-gebouw zonder franje, maar met een mooi betonskelet, bestond uit drie volumes waarin verschillende organisaties, de oude BRT, en het conservatorium van Kortrijk resideerden met hun dagelijkse werking. De drie entiteiten hadden elk hun autonome ingang en misten onderlinge circulatie.
Er werd een masterplan opgesteld met als doel de grenzen te vervagen en een grote samenhang te bekomen waarbij alle gebruikers en bezoekers over het volledige scala van mogelijkheden kunnen beschikken.

Door een aantal scherpe ingrepen in het gebouwencomplex uit te voeren en vooral door in te zetten op het gelijkvloerse foyer, wordt een conditie gecreëerd waardoor iedereen elkaar op een intuïtieve manier kan ontmoeten. Het foyer sluit aan op de nieuwe stads-as en zorgt voor de stedelijke integratie van het gebouw.
De volledige interne circulatie werd hertekend met o.a. en nieuwe evacuatietrap aan de westzijde en het verplaatsen van een liftschacht. Het gelijkvloers werd verbonden met de verdieping via enkele grote vides, die ruimtelijke 
interactie mogelijk maken. De verticale stijgpunten werden geaccentueerd met eenzelfde detaillering en materiaalgebruik
Niet bouwen is wellicht de belangrijkste circulaire daad die je kan stellen. We hebben 1500 m2 bij gecreëerd zonder ook maar 1m2 bij te bouwen, en dit door slim om te gaan met het bestaande gebouw. Wij hebben het pilotis gebouw ontdaan van zijn steltvoeten en het een levende sokkel gegeven. Met een paar vondsten en een vederlichte gevel in glas en hout kon de puzzel gelegd worden.

Het bestaande gebouw had een sterk repetitieve structuur. Op basis van een nauwkeurig onderzoek van die structuur hebben we alle ontwerpopties vastgelegd.

De modulaire gevel thv de sokkel werd ontworpen op basis van de beschikbare afmetingen van het basismateriaal. Alle verbindingen zijn zichtbaar en de componenten zijn demonteerbaar.

We hebben extra noodtrappen toegevoegd waardoor het een veilig gebouw wordt en de interne circulatie werd op het gelijkvloers compleet heruitgevonden.

Bij elke ingreep, hebben we ons de vraag gesteld of die bv ook met natuurlijke materialen kan uitgevoerd worden. Dit is verre van een evidentie, aangezien dit een publiek gebouw is met heel wat brandeisen. We zijn erin geslaagd enkel hout te gebruiken voor gevel en interieur zonder gebruik te maken van brandvertragers, want daardoor zou die biologische kringloop sterk verstoord worden.

Een van de grote troeven van het nieuwe Muziekcentrum is zijn grote gelijkvloers foyer. Door de invulling bewust vaag te houden, is er ontzettend veel mogelijk, hoewel het in wezen een circulatieruimte is.
Aangezien de betonstructuur van het gebouw 100% kon gerecupereerd worden , moeten we het enkel over de invulling en afwerking van het interieur hebben .

We hebben waar mogelijk gekozen voor een biologische kringloop.
Voor de gevel hebben we modulaire gevelelementen met kaders in massief lariks die aan de buitenzijde afgewerkt zijn met een houtvezelplaat en een latwerk in thermisch gemodifieerd fraké . Aan de binnenzijde een dampremmende houtspaanplaat en een afwerkplaat in een houtvezelcementplaat. Het element werd geïsoleerd met houtwolisolatie. Alles is FSC of PEFC

Voor de plafonds hebben we duopanelen van houtwolmagnesiet en steenwol als akoestische absorbers tussen het betonskelet geplaatst. Binnenschrijnwerk is in massief lariks. De wandbekleding bestaat uit massieve kepers in lariks en gepigmenteerde en geschuurde houtvezelcementplaten.

Bestaande en nieuwe trappen werden eenvormig afgewerkt: ballustrades en handgrepen in een 3-lagenplaat uit naaldhout. Nieuwe trappen kregen treden in gebeitst essenhout.

Het vast en los meubilair werd eveneens in een 3-lagenplaat van vuren opgebouwd, aangevuld met accenten uit betonplex. Voor de vloeren op de verdieping hebben we gekozen voor linoleum en eikenhouten lamelparket voor het auditorium.

Het buitenhekwerk voor de afgesloten rokersruimte werd opgebouwd uit onbehandelde europese douglas kepers

De evacuatietrappen zijn gemaakt uit thermisch verzinkt staal en de borstweringen zijn uit FSC hardhout.
Nieuwe ruimten zoals het auditorium, het grand café en het onthaal hebben elk een balans ventilatie gekregen. Regenwater werd , waar mogelijk, omgeleid en opgevangen voor het spoelen van de toiletten.
Met een re-lamping programma hebben we een groot deel van het gebouw op LED verlichting gezet.

Dankzij de sterk doorgedreven isolatie van de bijkomende oppervlakten en het compacter maken van het bestaande bouwvolume (opvullen van de open pilotis op gelijkvloers) hebben we geen bijkomende verwarmingscapaciteit moeten creeêren.

Oververhitting werd vermeden door voldoende opake geveldelen en massieve vloeren te voorzien voor warmtebufferring.

De bestaande klaslokalen kregen thermostatische kranen en de zonnewering werd vernieuwd.
Alle toegangen werden voorzien van een tocht-sas en automatische deuren.
Alle componenten zijn verbonden met het gebouwbeheerssysteem.
In het bestek werd het hergebruik van de bestaande plafonds beschreven na re-lamping. Beschadigde delen werden vervangen door plafondelementen van ruimten die grondig werden verbouwd.

Bewust van het feit dat elke gebouw eindig is, werd nu al nagedacht hoe toekomstige afvalstromen tot een duurzaam hergebruik of recyclage kunnen leiden. Daarom zijn alle verbindingen van draagstructuur en binnen afwerking bout- of schroefverbindingen en kunnen alle componenten netjes uit elkaar gehaald worden, van gevelpaneel, wandbekleding tot binnenschrijnwerk.

Uiteraard werden geen producten met een mogelijke toxiciteit toegepast, zowel in de afwerkingslagen als in materiaalgebruik zelf. Waar mogelijk werden grondstoffen gebruikt van regeneratieve oorsprong zoals hout met een FSC label. Op deze manier kan de organische kringloop ongehinderd verder gaan.
De belangrijkste verdienste van dit project is dat we terug een zinvolle betekenisvolle plek hebben gemaakt van dit bijzonder saaie gebouw.
Het is niet voor niets dat Dial architects werd uitgekozen als winnaar van de wedstrijdfase omdat wij als enige erin slaagden het gebouw werkelijk te hergebruiken en er een flexibel en aanpasbare invulling aan te geven. Vele inzendingen gingen uit van sloop of gedeeltelijke sloop of konden niet overweg met de lelijkheid van de gevels.
Het gebouw is dankzij het doortrekken van een stedelijke as, nu voor heel erg lang verankerd aan het stadsweefsel en dat is wellicht de meest duurzame strategie tot nu toe gebleken.

De hoofdtoegang tot het Muziekcentrum, tevens de enige toegang voor bezoekers en gebruikers, bevindt zich langsheen deze stads-as. Op deze plek werd de sokkel opengemaakt, de bestaande verticale circulatie verplaatst en ontstond er een overdekte publieke ruimte.
De nieuwe publieke ruimte sluit naadloos aan bij het bestaande plein aan de overzijde van de straat en wordt begrensd door het muziekcentrum en de nieuwe clubconcertzaal van De Kreun. Dit kleine nieuwbouwproject dient als contrapunt in de compositie en bakent de stedelijke groenzone af.
Architecten zijn ‘agents of change’ of zouden dat moeten zijn.
Met onze concepten, onze materiaalkeuze en onze bemiddelende en bescheiden aanpak hebben we deze stedelijke kolos de 21°E binnen geleid en ligt het pad open voor verdere adaptatie naar de noden en uitdagingen van deze eeuw.
vous souhaitez

vous inscrire aux awards

Découvrez ci-dessous les formulaires d'inscription.

Découvrez les photos

des éditions précédentes

Cliquez pour voir les albums