Oude Veeartsenschool Anderlecht

HASA architecten

Details

Gemeente Anderlecht
Anderlecht
2021
http://www.hasa.be/project/kantoor-en-conferentiegebouw-te-anderlecht
stabiliteit: BSTK/BAS(traptorens), technieken AA&O, Bouwfysica Daidalos Peutz, Restauratie gevels en daken Arter
Projectomschrijving
De historische Veeartsenschool in Anderlecht ligt aan de oorsprong van de Kuregemwijk. Na 20 jaar leegstand, is het hoofdgebouw omgevormd tot een bedrijven- en conferentiecentrum met als doel het stimuleren van het economisch herstel in deze wijk.
De herbestemming ging gepaard met een doorgedreven energetische renovatie van het gebouw, met respect voor het historische patrimonium. Het gebouw is zo het eerste beschermde monument in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat ook een laag energie gebouw is.
Het project toont hoe belangrijk kwalitatieve herbestemmingen zijn voor een duurzame toekomst: omwille van het beperken van energie- én materiaalverbruik (en dus C02-uitstoot), stimuleren van wijkvernieuwing en bewaren van cultureel erfgoed.
De gemeente Anderlecht kocht het gebouw aan om er een kantoor- en multifunctioneel conferentiecentrum in onder te brengen. Het gebouw maakt deel uit van een grotere site van 3ha met 20 karakteristieke gebouwen. Gebouwen en park zijn als monument beschermd. Het gebouw huisvestte oorspronkelijk de administratieve diensten van de school, een bibliotheek en een proclamatie- en feestzaal. Gezien de goede staat en de architecturale kwaliteit van de binnenafwerking, hebben we getracht om de bestaande organisatie en structuur (en bijgevolg ook de afwerking) van het gebouw maximaal te bewaren. De symmetrie van het gebouw liet toe om per verdieping 2 onafhankelijke kantoorplateaus te organiseren zonder al te veel aanpassingen. Deze plateaus worden verhuurd en dienden dus zo flexibel mogelijk opgevat te worden. De bestaande zalen op de tweede verdieping werden herbruikt als auditorium en restaurant. Op een nieuwe mezzanine in het restaurant wordt een bijkomende ontmoetingsruimte voorzien.De kelderverdieping werd tenslotte volledig ingericht als vergadercentrum. Door twee Engelse koeren te voorzien op de koppen van het gebouw, zorgen we voor daglicht in het merendeel van deze vergaderruimtes.
Voor de herbestemming van dit gebouw zijn we vertrokken van de intrinsieke kwaliteiten van wat er reeds aanwezig was: ruimtes, vormgeving, materiaalgebruik en lichtinval. Tijdens het ontwerp werd het programma op punt gesteld in functie van het gebouw, in plaats van omgekeerd. Hierdoor konden we een zeer groot aandeel van de (niet-beschermde) historische binnenafwerking bewaren. Toch zijn we er in geslaagd om een gebouw op te leveren dat zowel functioneel als naar duurzaamheid de vraag van de opdrachtgever volledig heeft beantwoord.
Nieuwe ingrepen werden punctueel in en aan het gebouw aangebracht, volgens de logica van het bestaande gebouwontwerp, maar in een hedendaagse vormentaal, met een materialiteit die refereert naar de in het gebouw reeds aanwezige materialen. Hoewel herkenbaar, vormen de nieuwe ingrepen geen contrast met wat reeds aanwezig was, maar eerder een respectvolle aanvulling.
Het project toont een alternatief om erfgoed in te zetten: niet door er een museum van te maken, of er enkel de beschermde gevels van te behouden, maar door de intrinsieke architecturale kwaliteiten van het gebouw te erkennen -inclusief die van de niet beschermde delen-, ze aan te vullen met plaatselijke, maar sterke architecturale ingrepen en het programma te herdenken in functie van wat aanwezig is.
In het gebouw werd een binnenisolatie aangebracht die zorgvuldig bestudeerd en uitgevoerd werd, met als doel zowel structurele schade op lange termijn te vermijden, als de historische binnenafwerking zoveel mogelijk te bewaren. Isolatiemateriaal en -technieken werden daarom aangepast in functie van de bestaande gevelopbouw, die verschilt per gevel en per verdieping: multipor op de meer vorstbestendige delen, isolerende pleisters op de kwetsbaardere delen. Dit gebeurde in continu overleg met de bevoegde instanties voor Erfgoed en op basis van studies door Daidalos-Peutz en het KIK-IRPA.
Om te voldoen aan hedendaagse veiligheidsvereisten, voegden we 2 buitentrappen toe aan de zijgevels van het gebouw. Deze vrijstaande trappentorens hebben een transparante gevel in inox maasroosters en bieden, via een uitkragende loopbrug, een bijkomende vluchtweg vanaf 2 bestaande ramen. De roostergevels van de trappen zijn niet enkel zelfdragend, maar ze dragen ook de trappen zelf én de loopbrug. Er is daardoor geen enkel direct contact met de historische gevels, waardoor de gehele ingreep kan teruggedraaid worden, zonder enige blijvende schade aan het beschermde gebouw.
De opdrachtgever wenste het gebouw te renoveren naar laag-energiestandaard. Het op een duurzame manier energiezuinig maken van het gebouw was daarom de belangrijkste uitdaging van dit project.
Door de gevels langs de binnenzijde te isoleren en het gebouw te voorzien van energiezuinige gebouwtechnieken slaagden we erin om het energieverbruik voor verwarming van het gebouw terug te brengen van 200 kWh/m²jaar naar circa 45 kWh/m²jaar, waardoor dit gebouw het eerste beschermde gebouw in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dat ook een laag energie gebouw is.
Daarnaast hebben we gedurende het project ook bewust ingezet op materiaalbehoud en -herbruik. Door, zoals al aangegeven, het programma bij te sturen in functie van de bestaande lay-out van het gebouw, konden we veel van de bestaande afwerking behouden. Verder werd door ROTOR een inventaris opgemaakt van herbruikbare materialen. We gebruikten een deel ervan voor herstellingen binnen het gebouw (marmermoziek, natuurstenen plinten en lambriseringen, binnendeuren). Wat niet meer ter plaatse kon herbruikt worden, werd tijdens een materialenmarkt in het gebouw verkocht aan buurtbewoners, aannemers en bedrijven in recuperatiemateriaal.
Editie 2022

Bekijk de winnaars

Bekijk de winnaars van de 2022 editie van de Belgian Building Awards

Ontdek de foto's

van vorige edities

Klik hieronder en bekijk de foto's